Nick Ervinck met tekst van Anne Berk

Nick Ervinck

Onderaan de pagina staat een selectie van de werken die te zien zullen zijn op de expositie 'Blob-mutations and more'.

Symbiose tussen natuur en techniek.

Digitale ontwerpen en sculpturen van Nick Ervinck
Tekst José Anne Berkhof

 

‘Ik ben mateloos geobsedeerd door geschiedenis, technologie, evolutie, mutatie en wat de

toekomst zal brengen.’[i]

De Belgische kunstenaar Nick Ervinck (1981, Roeselare, België) versmelt natuur en techniek in

zijn vernieuwende sculpturen tot een smetteloze, volmaakte, futuristische wereld.

Ervinck is een kind van de digitale revolutie. Hij voelt zich thuis in de fysieke en de virtuele wereld, die vandaag de dag niet meer te scheiden zijn.

Hij ontwerpt zijn sculpturen op de computer, en zet ze in de wereld door een combinatie van 3D-printing en ouderwets handwerk. Ervinck koestert de klassieke beeldhouwkunst. Hij is geïnspireerd door de natuurlijke vormen van Henry Moore (1898-1986), Barbara Hepworth (1903-1975) en Hans Arp (1886-1966), maar ook door futuristische blob-architectuur, een term die geïntroduceerd werd door Greg Lynn (1964-). Deze vormgeving vinden we onder andere ook terug in het abstracte en prikkelende werk van Zaha Hadid (1950-2016).

Ervinck haalt zijn motieven uit de bestaande wereld en transformeert ze tot nooit geziene variaties.

Door te copy-pasten construeert en muteert hij natuurlijke elementen als koralen, inktvlekken, Chinese rotsen of lichaamsdelen, maar ook mensgemaakte gebouwen of kunstwerken. Zijn werkwijze weerspiegelt de snelle wetenschappelijke ontwikkelingen op het vlak van genetische manipulatie, robotisering en de informatierevolutie.
Ervinck brengt de imperfecties van de reële wereld over op zijn ultieme virtuele creaties. Tegelijk wil hij de schoonheid en perfectie van de virtuele wereld tastbaar maken en transplanteren naar de echte wereld.

 

 

 

Gevleugelde carrière

Studio Ervinck bevindt zich in een voormalige autogarage in het Belgische dorp Lichtervelde. Boven woont Nick Ervinck met zijn familie. Beneden bevinden zich twee ateliers, het digitale atelier en de werkplaats voor het uitvoeren van de beelden. Ervinck zijn team helpt bij de uitvoering van zijn plannen. Sommigen zijn bezig met het coaten van zijn polyester sculpturen, laag, na laag, na laag. Of ze schuren met engelengeduld de binnenkant van een 3D-geprint beeld glad.  Anderen werken aan de computer in het digitale atelier, dat ook is uitgerust met een omvangrijke papieren bibliotheek, met boeken over Vesalius, Skulls, Cabinets of Curiosities, Victor Horta, Tony Cragg, Anish Kapoor enzovoorts.   

Ervinck is waanzinnig gedreven. In zijn hoofd, geruggesteund door een onnoemelijk rijk digitaal archief stapelen de beelden zich op. Sculpturen, digitale prints, animaties, ... verlaten pas het atelier als de ultieme perfectie is nagestreefd. Nadat hij in 2006 een prijs ontving en bij de Brakke Grond in Amsterdam exposeerde, kreeg zijn carrière vleugels. Zijn werk werd gesignaleerd door de talrijke verzamelaars die Vlaanderen rijk is.  In 2008 nodigde Liedts-Meessens Foundation hem uit om een ontwerp te bedenken voor de twee terrassen van hun nieuwe culturele site Zebrastraat in Gent.  Dit was een geweldige blijk van vertrouwen. Het was een doorbraak om op deze schaal te werken. ‘Voor WARSUBEC moest ik opeens tweeduizend liter polyester bestellen, in plaats van een paar liter. Toen bleek dat ik dat formaat aankon, kwamen de opdrachten binnen, waaronder EGNOABER in Emmen, mijn eerste beeld in Nederland.’[ii]

Achtergrond

Als kind groeide Ervinck op in Kortemark, een steenworp van Lichtervelde waar hij nu zijn studio runt. Zelf kwam Nick niet uit een kunstenaarsfamilie, maar kreeg toch alle vrijheid van zijn ouders deze wereld te ontdekken. Op aanvraag van de kunstenaar hulden zijn ouders hem al van jongs af aan in het geel, Ervincks lievelingskleur. ‘Ik voel werkelijk dat die kleur inspeelt op mijn gemoedstoestand. Die specifieke kleur, geel, houdt mij actief en levendig. Er is veel te weinig kleur in de wereld.’[iii]

Als kind kon Ervinck zich helemaal verliezen in het bouwen met Lego, tot hij op de leeftijd kwam waarop hij zich op de games begon te stortten, vooral de zogenaamde God-games als SimCity, Settlers, Traffic Tycoon en Caesar, waarbij je je eigen wereldrijk creëert. Daarmee werd de kiem voor zijn oeuvre gelegd. ‘Als speler bouw je iets op uit het niets, en ervaar je een soort macht over je creatie. Een vergelijkbaar gevoel ervaar ik nu ook als kunstenaar. Je speelt een soort god over de wereld die je zelf hebt gecreëerd. Je hebt volledige controle over de natuurwetten. Een paar zonnen of een regen van bomen? Zo gefikst. Beperkingen zijn er bijna niet.’[iv]

Pioneer op gebied van digitale media

Ervinck is kind van de digitale revolutie. De grenzeloze mogelijkheden van de virtuele wereld hebben hem gevormd en toen hij op zijn zestiende naar Brugge ging om architectuur te studeren, verveelde hij zich dood. Ervinck stapte over op keramiek, maar hij werd pas echt gegrepen door de mogelijkheden van Photoshop bij het vak grafische vormgeving. Het plakken-en-knippen, het monteren en transformeren van (bestaande) vormen boeit hem tot de dag van vandaag en past bij zijn ordenende geest. Na een jaar had hij zijn docent voorbijgestreefd en gaf hij zelf les in Photoshop. Vervolgens studeerde hij Mixed Media aan de Academie in Gent, waar hij zijn eigen taal kon ontwikkelen.

 

 ‘Ik ben op het juiste moment geboren om de computer als instrument te beheersen. Maar hoe meer ik in de virtuele wereld ben, hoe meer ik de drang krijg om de vormen in de werkelijkheid te plaatsen en fysiek te ervaren. Maar ook de drang om deze beelden net zo perfect en clean te maken als ze virtueel ontworpen zijn. Op zoek gaan naar dat bijna onmenselijke, goddelijke, een object te maken dat bijna niet meer van onze wereld is, iets buitenaards.[v]

Van het virtuele naar de tastbare werkelijkheid

Ervinck laveert tussen virtuele constructies en handgemaakte sculpturen. Die kruisbestuiving maakt zijn beelden zo vernieuwend. Maar op de Academie was dat allerminst vanzelfsprekend. ‘Je moet kiezen tussen de trage beeldhouwkunst, of de snelle computerwereld,’ zeiden zijn docenten. Vooral Danny Matthyss moedigde de jonge kunstenaar aan te experimenteren. Onder zijn stimulerende begeleiding ontstond IEBANULK (2004-2006), een grote olietanker met een maquette van de 12de eeuwse abdij van Cluny erop.

Utopische versie van de wereld

Ervinck put zijn motieven uit de bestaande wereld, die hij vervolgens naar zijn hand zet. Hij verzamelt beelden -meestal van internet geplukt- van natuurlijke vormen, mens gemaakte dingen als architectuur, kunst en sciencefiction, maar ook van eigen ontwerpen en sculpturen, en persoonlijke herinneringen. Dit steeds uitdijende digitale GNIURKS archief (sinds 2001), vormt Ervincks externe geheugen. Dit digitaal geheugen, dat inmiddels tegen de 1.000.000 bestanden omvat is de belichaming van zijn visie op de wereld. Het is verdeeld in categorieën die zijn aangeduid met letters en cijfers. Het is een alfabet dat klaarligt om nieuwe vormen te scheppen, aangeduid door nieuwe woorden die niet op Google te vinden zijn, waarbij Nikipedia[vi] als wegwijzer moet dienen.

‘Ik ben nogal een controlefreak. Op die manier probeer ik vat te krijgen op wat ik zie, probeer ik vorm, spanning, energie te begrijpen. Details van onze complexe beschaving komen tot leven, ze worden aangepast en vervormd. Ik ben mijn eigen wereld aan het vormgeven, maar deze is en blijft utopisch. Ik houd ervan om de smetten van de topische wereld (zoals oneffenheden en onvolmaaktheden) te combineren met een utopische wereld.'

 

Surrealist

Alles is mogelijk in de virtuele ruimte. In een van zijn animaties laat Ervinck gebouwen uiteen schuiven, omhoog bewegen, zich spiegelen en de zwaartekracht tarten, een gegeven dat alleen als computerprint bestaat en kan bestaan (COLBATROPS, 2007). Hij laat bakstenen muren openklappen zodat zij hun binnenste prijs geven, een bovenmaats glanzend ei, dat zich als een koekoeksjong in het huis genesteld heeft (SIUTOBS,2006-2008). Deze onwerkelijke combinatie roept allerlei associaties op, bijvoorbeeld aan de surrealistische schilderijen van de Belg Magritte (1898-1967).[vii] Het was Ervinck zelf te doen om de spanning tussen het traditionele huis (de box), en de zwellende blob. Op die manier wou Ervinck van iets sculpturaal iets architecturaal maken en andersom.

Ruimte in het beeld: gatensculpturen van Moore en Hepworth

Ervinck sluit aan bij beeldhouwers als Moore, Hepworth, Kapoor en Cragg, die de negatieve ruimte in de beeldhouwkunst onderzochten. Ervinck wil het inwendige van het beeld openleggen. IKRAUSM (2009), dat onder andere in het MOCA van Shanghai werd getoond, is een hybride van elementen uit de oosterse en de westerse cultuur. Ervinck versmolt de doorboorde grillige rotsen die hij zag in de Yuyuan-tuin in Shanghai, en de organische ’gatensculpturen’ van de Engelse beeldhouwer Henry Moore. ‘Met Barbara Hepworth was Moore degene die het gat in de sculptuur introduceerde. Sinds het begin der mensheid bestonden sculpturen altijd uit een massa. Moore daagt uit door er een gat in te maken. Hij schiep ruimte in de materie en dat greep me enorm aan. Moore’s technische mogelijkheden waren beperkt, maar met 3D-printing kun je die ruimtelijkheid nog veel verder opvoeren. Het duizelde me van de nieuwe mogelijkheden.’

Het beeld van binnenuit ervaren

Ervinck ging tot het uiterste. Voor IKRAUSIM maakte hij maar liefst 800 (!) ontwerptekeningen, op zoek naar de ultieme schoonheid. Vervolgens liet hij de symmetrische, uiterst verfijnde organische structuur printen door Materialise, een 3D print bedrijf in Leuven.

 ‘Het uiteindelijke beeld was niet hoger dan 40 centimeter. Het paste precies in mijn koffer. De Chinezen vonden het prachtig, het werd eindeloos gefotografeerd.’

Ter vervollediging ging de kleine sculptuur vergezeld van een vier meter hoge geprojecteerde animatie, zodat je als het ware kunt ronddwalen in de spelonkachtige ruimten van het beeld, die zich in elkaar spiegelen. Dat is een overrompelende ervaring. Je kijkt niet meer naar een beeld, het is alsof je je er lichamelijk in begeeft. 

Mogelijkheden en beperkingen van 3D printen

De mogelijkheden voor het digitaal ontwerpen zijn grenzeloos, het 3D-printen evolueert snel maar kent nog zijn beperkingen. Zo zijn de afmetingen nog begrensd. Het gespoten oppervlak is ruw, en moet liefst geschuurd worden. En het materiaal is minder lichtecht, zodat er een coating met autocarrosserieverf moet worden aangebracht. Ervinck zoekt steeds naar passende technieken om zijn digitale ontwerpen tastbaar te maken, en dat vraagt om geduld en ambachtelijk vakmanschap. Soms bouwt hij een beeld op als een bouwpakket met 3D-geprinte onderdelen, denk bijvoorbeeld aan het werk ESAVOBOR waarbij 3Dgeprinte-onderdelen eerst afzonderlijk werden geschilderd en vervolgens manueel geassembleerd. Op andere momenten beeldhouwt hij het uit PU-schuim dat wordt bekleed met polyester en glasvezel, zoals bij EGNOABER. En soms zet hij zijn ontwerpen om in klei. Dat is veel directer. Daarnaast werkt hij samen met Stratasys, wereldleider in het fabriceren van 3D printers, waarmee hij in 2014 een serie transparante sculpturen (BRETOMER, GNILICER) maakte rond de vijf elementen.

Virtuele beeldhouwer

‘In zekere zin ben ik een virtuele beeldhouwer,’ zegt Ervinck, en hij klikt twee grote beeldschermen open om het ontwerpproces van EGNOABER te illustreren. Zoals klassieke beeldhouwers vormen uit een blok steen kappen, zo begint Ervinck met 3D software vanuit een digitale blokvorm, die wordt aangetast, uitgerekt, zich splitst enzovoorts. Voor mijn ogen laat hij een organische structuur ontstaan, die natuurlijk lijkt maar het niet is, en toch over een eigen leven lijkt te beschikken. De uitwaaierende structuren van EGNOABER wekken associaties op met boomwortels of de poliepen van koralen, met groeiprocessen in de natuur, maar ze hebben ook iets kunstmatigs. De gele vertakkingen hebben hun weerbarstigheid verloren. Ze hoefden zich niet te ontworstelen aan de aarde, ze werden gegenereerd in het luchtledig van de virtuele ruimte. Ze hebben iets stroperigs, als een gestolde, goudgele energie.

Neo-natuur

‘Pebbles show Nature’s way of working stone,’ zei Henry Moore.[viii] Net als Moore,  Arp en Hepworth is Nick Ervinck niet uit op mimesis, op het kopiëren van de natuur. Het gaat hem om het ‘scheppen zoals de natuur’, om het proces van transformatie dat aan de levende natuur ten grondslag ligt. ‘Ik streef naar dynamiek, zodat je het gevoel hebt dat het beeld tot leven komt. Zo is OLNETOP (2010-2012) een verbeelding van opspattend water, een mutatie van de levensenergie uit dat element.’ Ervinck simuleert natuurlijke processen in de computer en/of voert ze onder andere uit met de 3D-printer. Hij versmelt natuur en techniek en schept neo-natuur, en daarin verschilt hij van zijn voorgangers.

Synergie tussen natuur en techniek

We worden omringd door technologie, zoals auto’s, computers en smartphones, en ingesponnen door het wereldwijde web. ‘We leven in het Technium, een reusachtig netwerk van met elkaar verbonden technologieën,’ schrijft Kevin Kelly, in ‘What Techonology Wants’ (2011). Volgens de auteur zijn natuur en techniek niet elkaars tegenpolen, maar liggen ze in elkaars verlengde. De mens is onderdeel van de natuur, en dat geldt dus ook voor zijn voortbrengselen. De evolutie zet zich voort in de technologische ontwikkeling. ‘We kunnen het Technium het beste zien als een uitbreiding van de levenskracht, een mechanisme dat voortbouwt op de evolutie.’[ix] Die synergie tussen natuur en techniek is zichtbaar in het werk van Ervinck.

Parallellen met wetenschappelijke ontwikkelingen

Ervinck is een futurist, die droomt over de toekomst. Wat tot voor kort nog sciencefiction was, is nu realiteit en daar kan Ervinck zich over verwonderen. Zo ontstond AGRIEBORZ (2009-2010), een monsterachtige, symmetrische woekering van aderen, zenuwen en spieren, naar aanleiding van de gesprekken die Ervinck had met prof. dr. Pierre Delaere, hoofd- en halschirurg bij de KU Leuven. Hij en zijn team zijn de enigen ter wereld die een strottenhoofd kunnen transplanteren. Voorafgaand aan de operatie wordt het strottenhoofd in de arm van de patiënt getransplanteerd, zodat er zich kleine bloedvaatjes kunnen ontwikkelen. Dat is wetenschap vandaag! Hoe lang duurt het voor we organen kunnen printen uit biologisch materiaal?

Vensters op de toekomst

Uit het contact met dr. A.P.M. Ton den Nijs, kwamen de drie ‘aardbeiensculpturen’ voort (AELBWARTS, NABEKIESAV en NABEKIARTS,2013-14). De Nijs, die verbonden is aan de afdeling Plant Breeding van de universiteit van Wageningen, heeft een patent op een aardbei, die net iets roder, en iets resistenter is dan gewone aardbei. ‘Nog even en we hebben blauwe aardbeien! Net als de klonen van Patricia Piccinnini (1965) en de cyborgs van Lee Bul (1964) roep ik ethische vragen op over zaken als biotechnologie of genetische manipulatie, maar antwoorden heb ik niet. Zo wil ik de vragen ter discussie brengen. Ik ben vooral een surrealistisch denkende kunstenaar. Ik schep imaginaire droombeelden, als vensters op een mogelijke toekomst.’

Anne Berk, Oostzaan, 2015


[i] Veugen, Christine. ‘Schepper van een complex parallel universum. Een gesprek met Nick Ervinck.’ In: GNI-RI-2014, MER. Paper Kunsthalle, 2014, p. 245

[ii]Interview met auteur, Lichtervelde, België, 22-7-2015. Alle niet geannoteerde citaten zijn afkomstig uit dit gesprek.


[iv] Op. cit. 1, p. 243

[v] Op. cit. 3, p. 94

[vi] www.nikipedia.be

[vii]Is het ei in SIUTOBS een symbool voor het leven dat zich in huizen nestelt? SIUTOBS doet denken aan het schilderij De Zielsverwantschappen(1933)van Magritte, met een bovenmaats ei in een te krappe kooi. De Belgische surrealist schilderde vertrouwde voorwerpen op realistische wijze, en plaatste ze in een ongewone situaties. Die montagetechniek heeft Ervinck met hem gemeen, maar het werk van Magritte is meer filosofisch van aard. Magritte presenteerde het schilderij als een voorstelling, een product van de geest, en stelde daarmee vragen over de kenbaarheid van de werkelijkheid.

[viii] ‘The sculptor speaks’ (1937). In: Friedenthal, Richard. Letters of the great artists – from Ghiberti to Gainsborough, Thames and Hudson, London, 1963, pp. 250-251. http://www.quotes-famous-artists.org/moore-henry-quotes (geraadpleegd op 1-8-2015)

[ix]Kevin Kelly, What Techonology Wants, Viking Pinguin, USA, 2010, p.45, ‘the technium can really only be understood as a type of evolutionary life.’

Bruntisfa
Marker, pastel, pencil, print

40 x 50 cm, framed 53 x 63 cm

CULMIRIOM, 2018
3D print and wood
39.5 x 14 x 14 cm

ENTUNAP, 2017 - 2021
marker, pastel pencil, print
40 x 50 cm, framed 53 x 63 cm

ENOPIH, 2015
3D print
27 x 14 x 13 cm

MINOTERKUS, 2017 - 2021
marker, pastel pencil, print
80 x 60 cm, framed 93 x 73 cm

FOLIRION, 2016 - 2017
3D print
50 x 28 x 17 cm

FOWELTION, 2016
3D print
15 x 50 x 30 cm

NIWRION, 2016
3D print
60 x 38 x 17 cm

ORNOPIAT, 2016 - 2017
ceramic
20 x 30 x 26 cm

ENTUNAP, 2017
ceramic
28 x 20 x 21 cm

KOLEKNAT, 2009 - 2010
3D Print
44 x 44 x 34 cm

photocredit: Luc Dewaele

TRISAPNIL, 2017 - 2019
Quartz sand
24 x 18 x 17 cm